November 2016

… en toen kregen wij voor het eerst woorden

naast de vijgen wou hij per se een appel in mijn boom.
twijfel sloeg toe, waarom zo per se?
hij gaf geen uitleg, dwingt herhalend:

een appel, een rode, een glanzende, een granaatappel!

Oké
zei ik
de boom is ook van jou
dus nu groeit er
een rode naast mijn vijgen
in De boom
pak maar, zei ik
wat van mij is
is ook van jou
met een zucht zei hij toen
” Ik weet het lief ! ”

Elke dag strekte hij zijn hand uit naar de granaatappel
en elke dag trok hij trillend zijn hand weer terug
ik en de wijze, de slang, bekeken het op een afstand
Pas op, sliste mijn wijze vriend
dit zal de ondergang worden.

Wanneer ik vraag waarom hij de appel niet pakt
kijkt hij weg
kijkt hij naar beneden
groeien er rimpels op zijn voorhoofd
en moet hij praten met zijn heer
lang staat hij dan met een gebogen hoofd,
ligt zijn voorhoofd tegen
zijn altaar
zijn voorhoofd tegen een heilige muur
zijn voorhoofd tegen de vloer
maar vreugdevoller lijkt hij niet te worden
De rimpels groeien
hij zegt te willen
maar niet te mogen
Niet te mogen?
Van wie?
Hij zegt te huilen
omdat hij niet durft
hij durft niet zegt hij

Die nacht
liggend in het geurende gras,
met De wijze slapend ingekrult onder mijn oksel,
de zilveren randjes van het fruit schitteren zoals altijd
omdat de maan haar maanstof
over ons heen had geblazen,
het zilver van het fruit weerspiegelde zich in zijn ogen,
Die nacht hij liet zijn lange zwarte haren los
terwijl hij zijn vingers liet dansen op mijn buik,
zijn lange haren kittelden mijn dijbenen
en zijn lippen lieten natte sporen achter op mijn borsten
hij streelde mijn lichaam
zoals alleen De wijze het eerder had gedaan
hij bracht mijn sterren, zeeanemonen en
hoogtepunten,
daarna hij pakte mijn hoofd vast en
fluisterde in mijn oor
met zo’n hevigheid
alsof zijn leven ervan af hing
met zo’n hevigheid
dat ik bijna vergat om te ademen
Hij fluisterde

Pak die granaatappel
doe  het  dan
proef  dan
één  klein  hapje  maar
Pak  die appel
doe  het  dan
doe  het!

Ik nam hem op met mijn blik
ik nam hem helemaal op met mijn blik
alles legde ik vast
in het eeuwige geheugen
ik liet hem niet los met mijn blik
terwijl ik mijn hand uitstrekte
en de appel pakte
met een ruk
lag de rode glanzende appel in mijn hand

Zijn adem stokte

hem strak aankijkend
nam ik de hap
ik scheurde de appel in tweeën met mijn tanden
ik spuugde de bittere pitten uit
ik kauwde
ik slikte…. bijna
het rode sap gleed langs mijn kin
viel op mijn borsten
druppelde op mijn ronde buik
viel tussen mijn benen
op de aarde
op de oude
droge
gebarsten
aarde…

© Gita Hacham