Juni 2017

Zeven vette jaren

De rivier is tot aan de randen rivier.
Tussen de tarwe bloeien korenbloemen.
Maalstenen van molens draaien zingend rond.
Voorraadschuren moeten worden bijgebouwd.
Op de markt glanzen granaatappels en druiven.
Elke man en vrouw ruikt naar honing en parfum.
De god van de rivier overstroomt ons.

 

Zeven magere jaren

De bedding van de rivier is grijs van stof.
Akkers vallen in scheuren uit elkaar.
In lege graanschuren liggen dode muizen.
Zuigelingen en krokodillen sterven van honger.
Sterren staan verdroogd aan de hemel.
Geen mond is er die nog een lied zingt.
De god van de rivier heeft ons verlaten.

© Jos van Hest
Fotograaf: Jan ter Heide