November 2018

Granaatappel in Kissamos

Op de vleugels van woede strandde ik in jou,
het hart aan de boezem sloeg zich verstand.
Kil lagen de woorden bestorven,
hete aardappelen uit de tent gevallen.
Razend trainde het aapje zijn uitspraak:
Dat alles voor jou gedaan, vergeet het niet
dat alles, vergeet het niet.

Maar ze zat ergens zandduivels te wrijven,
verstopt tussen bomen en tentzeil. Daar, achter,
bij de toiletten, waar de schuld een golem werd,
banjerend met harde stem. Een hatelijk geluid.
Argumenten die geen rechtbank zouden accepteren.
Verwijten uit de zevende cirkel geboren.
Harkerig liep het allemaal uiteen.

De woede kreeg geen uitgang. Exit, baby,
no smoking in this universe. Twee mensen
droegen een eiland van vijgen op de rug,
olijfbomen sloegen in groene brand uit,
bussen zwenkten zonder aarzelen telkens een bocht,
tranen wankelden, bloeiden weer op.
Tranen als pitten van de granaatappel,

als zegelwas opengesneden, bitter van liefde
en altijd verloren zijn. Het raasde die nacht
van de krekels en toen de vogels en daarna de cicaden
en hij wist het wel, dat hier niets woonde, dit gat
in de kelder van Kreta, waar de schurftige zwarte
honden achter elke toerist aanjakkerden,
het geweten van een nacht een tocht zonder eind.

© Marcel Ozymantra