December 2018

La Gran Hada

Met de hele woestijn in hun neus,
navel, keel en poriën
kommen, overlopend van zand
en alleen stenen die uit bergen en heuvels stromen
naar smachtende handen en lippen

zo
zo zwierven ze hun jaren door
meisjes en jongemannen
allen ernstig en verdord

zo zwierven zij dorstig in de onmetelijkheid
mannen en vrouwen, met hun inspanningen,
hun goden smekend
terwijl de wijzen
de sterren en vogels duidden of botstructuren interpreteerden die het vlees aan het lot overliet

zo
zo zwierven ze hun jaren door
jongetjes en meiden
allen verdroogd en verdord

en daar ver weg weerklinkt een paradijs
dat zinsbegoochelt met gele
blauwe, groene en verleidelijke vlammen,
waar een gedroomd persoon,
eenmaal ontdekt in de massa,
weer aan ontglipt
naar de horizon van de mensenzee

zo
zo zwierven ze hun jaren door
peuters en pubers
allen verdroogd vanbinnen
verdord vanbuiten

zo gingen, geketend, de gewilligen,
hun deugden offerend
aan de zon, de maan en andere godinnen
terwijl niemand wist hoe of waar
het leven ontsprong aan hun lippen
tussen rotsen, stenen en zand
bood zich aan, mals, vlezig en zoet
de blijde granaatappel met haar kroon
die om uiteen te spatten in lachen haar harde huid
afwierp de dorst van lichamen
met haar natte rode siroop

de grote fee van de steppen, de oogappel,
kalmeerde de minnaars met hun sappen
zodra de huiden waren onthuld
de zure granaatappel die de dorst lest
de zoete granaatappel die de honger stilt
de gracieuze granaatappel die een hapje geeft

zo
zo dansten ze van vreugde
onstuimige jongelingen en tevreden jongedames
zelfgenoegzame mannen en vurige vrouwen
in een bloemrijke lente van vergezichten

© Ramon Haniotis